Vrouwen in de menopauze hebben een verhoogd risico op het krijgen van osteoporose. Oorzaak hiervan is de, door menopauze geïnduceerde, afname in productie van het hormoon oestrogeen. Dit hormoon beschermt, bij voldoende productie, het lichaam tegen botafbraak. Osteoporose is tevens een risicofactor voor de progressie van parodontitis, een chronische ontsteking van weefsels rondom de tanden en kiezen. Vrouwen die veel last hebben van de symptomen die horen bij de menopauze, zoals hypertensie, diabetes, hart- en vaatziekten, opvliegers, nachtelijk zweten en osteoporose kunnen hiervoor behandeld worden met hormoontherapie. Door toediening van oestrogeen, een hormoon dat in de menopauze niet of nauwelijks meer wordt geproduceerd door het lichaam, nemen de bovengenoemde klachten af. Oestrogeen speelt ook een belangrijke rol in de homeostase van het parodontium. Het remt de expressie van ontstekingscellen die verantwoordelijk zijn voor alveolair botverlies bij parodontitis. Een oestrogeen deficiëntie leidt tot verergering van parodontale ontsteking.Wat is het effect van hormoontherapie op het parodontium van vrouwen in de menopauze?
Na een uitgebreide zoekopdracht binnen de database Pubmed werden 124 studies gevonden, die na een selectie op basis van titel en abstract werden gescreend op relevantie, wat resulteerde in 13 bruikbare studies. De geselecteerde studies werden allen beoordeeld op kwaliteit van het onderzoek en ingedeeld naar de gebruikte methode. Het effect van hormoontherapie op het parodontium van vrouwen in de menopauze wordt beschreven in termen van tandverlies, parameters van het parodontium, alveolaire botdichtheid en bacteriologisch onderzoek.Uit de onderlinge vergelijking van de studies die onderzoek deden naar de relatie tussen hormoontherapie en het risico op verlies van tanden kan geen eenduidige conclusie worden getrokken. De resultaten zijn te wisselend. Uit de vergelijking van de studies die onderzoek deden aan de hand van parodontale pocketmetingen en aanhechtingsverlies lijkt er hoofdzakelijk een positief effect aangetoond te worden. Over het effect van hormoontherapie op de alveolaire botdichtheid is geen eenduidige uitspraak te doen. Er zijn slechts 2 studies, die in conclusie en onderzoeksmethode van elkaar verschillen. Hiermee is er te weinig onderzoek gedaan. Het effect van de therapie op de aanwezige bacteriën is in één studie onderzocht en er werd een positief effect.
Het effect van hormoontherapie op het parodontium van vrouwen in de menopauze wordt in deze systematic review vooral bevestigd door de studies die onderzoek doen naar het effect op pocketdiepte en aanhechtingsverlies. Om deze mogelijke relatie te bewijzen zal er meer onderzoek moeten worden gedaan, op grotere schaal en met langere onderzoeksperioden.
Bron: http://scripties.umcg.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/Tandheelkunde/2014/JongIde/JongI.de.pdf